Dames in de kopgroep

suf van zes uur slapen
rook je elektronisch:
iemand moet nu opstaan
liefst iemand bionisch
 
zoals gezien in een film:
een supermens die over daken
springt, zo wil je de fiets op
zoals je vroeger hebt gesprint

vrouwen vertellen over hun daden,
hun afstand en hun tijden;
wat kan je meer, oude man,
dan deze dames benijden?

graag rijd je met hen mee
tegen meer dan twintig,
en daarna een terras aan zee:
misschien duwen ze een vent

die amper trainde, slechts
een tochtje van dertig, een vent
verkrampt op het zadel
die aan de polderwind niet went


Staf de Wilde

Renaissance

De tour volgen ik op tv.
Hersenschudding verduustern
mien zommerse hop op better.
Maor dan opens vuul ik 't weer.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

As 'n klassementsrenner
krie'j gin dagpriezen zo snel.
As alles mangs samenkump op
zo'n superlastige dag.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

Jao, dat is supermooi, jao!
Endelek heb ik 'm dan.
't Drei'jt uutendelek  wel um
winnen en wat dat losmek.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

En 't gekke is dank al dee
tegenslag was ik nog nooit
zo fris en kon'k op rittenjacht.
Ik bun herboren! Jao, jao.

Jao, dat bun ikke.
't Terugkomblaag Robert
hef zien vette vis.

 'n Spaanse Koninginnenrit.

Krabbels op een geeltje gevonden
door Arjan Schouten op de top
van de Aubisque, toegedicht
aan Robert Gesink



Hans Mellendijk

Kamikaze

hij gooit zich – steen
en gier in elke bocht
op zoek naar wie hem
afhoudt van een stunt

wind zet zich schrap,
bruuskeert en blaast
hem bij momenten
volmondig uit balans

de keuze tussen schaaf
en breuk, of erger nog
een duik in het ravijn
– condor in vrije val –

voelt kamikaze in zijn lijf,
ziet voor zich uit de rug
van hij die straks verstijft
en achterblijft

zo rolt hij naar het raam
en staart van op zijn pan
met flarden van een droom
waar niemand binnen kan


Herman Laitem

Vuelta

de dichter fietst een ochtenduurtje Vuelta
met dichte oogopslag doezelend op de droombank
het is een rollerbank met ultiem trage pedaalslag
koersend over wegen in waaiers van woorden
als een fietsende accordeon tegen toeterende
automobilisten die groeten met die ene vinger

buenos días y adiós roept hij stichtelijk terug
en stevig in het zadel verbeeldt de dichter
de voet van een steile muur als zijn stijlsprong
het is een heus viaduct dat in het rood kleurt
dat het uiterste wattage tot deadline maakt
alleen snelle vroem vroems laten zich hier gelden
toch denkt hij zelf even ik bén Chris Froome


Bert Struyvé

Quid Quintana?

Al lijkt zijn mooie grijns
nog zo onpeilbaar stoïcijns,
vanbinnen loopt het storm:
aanvallen is de norm!
Col na col na col na col
houdt hij de spanning vol:
krijgt hij het voor elkaar
of wacht hij nog een jaar?


Perfectie

Zoals Merckx maniakaal
bleef zoeken naar een pijnvrije
positie, een soepele pedaalslag,
het juiste verzet – zelfs ’s nachts
aan zijn fietsen ging sleutelen.
Zo ook ligt de dichter vaak
te woelen in bed.

Zal hij opstaan om
een en ander bij te stellen?
Zitten zijn verzen straks nog wel
goed in het zadel? Loopt het
ook tussen de regels gesmeerd,
vinden zijn woorden morgen
weer de perfecte tred?


Patrick Cornillie

Ardennenoffensief

Een kleine molen stuwt mij voort
op mijn weg naar de top verscholen
rustend achter een vervallen boerderij.

Onder de benauwde, broeierige lucht
malen mijn benen moeizaam door –
het asfalt sluipt traag naar huis terug.

Dan, als zeevlam aan de kust, wordt
het zicht verminderd tot slechts een
fractie van het licht, een sluier van
ondoorzichtig grijs.

En met handen, gevoelloos, blauw
en stijf, val ik – in elkaar gedoken –
met bibberende benen naar beneden,
langs duizend witte spoken die mijn
lot takkentrillend delen.

Stoempend en stampend vervolg
ik mijn tocht – op het lint blinkt
het tranenvocht in dunne druppels
op een rij.

Ik zal de strijd niet staken.

Nog een uur naar Bastenaken.


Fabian de metronoom

men zegt: de kers
op de taart maar
was die taart wel gebakken:
niemand die het wou geloven

hij zat wat scheefjes en wat schuin
wellicht aan een val te wijten
om zijn mond geen beetje schuim:
zo’n man lijkt niet te verslijten

men merkt de kuiten, gespierd en pezig,
de opgespannen rug waaruit de kracht
vertrekt: zie je hem zo bezig
dan weet je dat een ander verrekt

als een metronoom gaan zijn benen
je voorvoelt de glimlach straks
wanneer de tijden zijn verschenen
en iedere ander komt achterbaks

elke andere komt te laat:
Spartacus heeft toegeslagen
en Vlaanderen juicht met de Beren mee
want hij is ook de onze sinds jaar en dagen

zeg dan maar de kers, het toetje
bij een loopbaan – Fabian zegt: ik pers
nog één keer alles uit mijn lijf
en daarna ben ik ruim voldaan

en wij van Vlaanderen en Bern
staan verbluft te kijken:
dit is van topsport de kern
en het koninklijk einde van één der wereldrijken


Staf de Wilde

Goud voor een Hamse Wuiten

olympisch goud en hij komt
uit jouw dorp aan het water:
hou dan maar eens je ogen droog

ik ben in bloedvorm, had hij gezegd
en niemand nam hem ernstig;
ik word sterker jaar na jaar
en niemand die geloofde

behalve een verloofde wellicht,
een vader en een moeder:
trotse mensen uit Zogge,
de buitenwijk van je dorp

en nu zie je al de koetsen rijden
en reeds vooruit hoor je de hulde aan:
dit is geen kampioen om te benijden,
hij heeft er alles van pijnen aan gedaan

zoals opstaan na een breuk
in zijn Ronde van Vlaanderen
die hij niet verliezen zou
indien de wielergoden anders waren

indien ze eer zouden betonen
aan wilskracht en hard labeur
aan geduldig rusten elke nacht
en strijd leveren met de sleur

van Avermaet is een grote
al begon hij vrij laat;
wij van het dorp hebben
dubbel genoten en noemen hem
onze held inderdaad


Staf de Wilde

De wedstrijd van een commentaarstem

de commentaarstem weegt de vluchters
onder hen de gevaarlijke Pantano
en geen tijd om zich te scheren
dat moet echt Simon Geschke zijn

het peloton heeft inmiddels de kanonnen
ingezet over een bestek van 100 kilometer
poneert de stem tijdens de tweede klim
van het eerste lusje

toch wel een lekker lopend parcours
valt een tweede stem volgens afspraak in
het is een loper met soepel asfalt
maar het kraakt al behoorlijk achterin

je zit met een punthoofd te piekeren
wie toch die vreemde patriot is die
met de daver op het lijf de kasseien
op dokkert waardoor de ketting
tijd heeft van het tandwiel te springen

het is maar klein leed voor de eerste stem
groter leed heeft het peloton dat op een lint
voor herrie zorgt en niemand zich meer kan
verstoppen in de eigen finale afvalkoers

niemand heeft zich weggestoken
al werd je met gemak geknotst op de keien
stelt de tweede stem instemmend vast 
zeker als je nog maar bitter jong bent

maar het was een echte man
het was Greg van Avermaet


Bert Struyvé

Tour 2016

           - aan de vooravond van de slotrit-

De laatste bergen zijn bedwongen
De posities liggen vast
Ons lied is morgen uitgezongen
Tenzij Parijs ons nog verrast

Alles hebben we gegeven
Reden de ziel uit onze kas
Wat ons het felst is bijgebleven
Is dat De Gendt verschrikkelijk was

Maar ook Van Avermaet deed dingen
Die hij als geen ander kan
Niemand die in zijn wiel kon springen
– Welhaast de Belgische Sagan

Wat ze op het voetbalveld niet konden
Deden de Belgen in de Tour, en zie:
Hun duivels hebben ze ontbonden
Met een aanvalsstrategie

Enfin, de Tour is nu gereden
Morgen wordt nog slechts gesprint
En volgend jaar wordt weer gestreden
Tot toch dezelfde man weer wint


Elvis Peeters

De laatste rit

keuvelende veulens, uitgestormde stieren slaven
als knechten van de almachtige Tour nog één keer
hun heilloos lijkende weg naar het gezalfde eindpunt

een niet te bevatten rustpunt na onnavolgbare weken
vol geweld puisten valpartijen massage gevloek
sprintersgeweld klimtijdritten verwaaide renners

de ronde missen vergoeden veel daarbij met
hun roodgerande tootlippen laten voor eeuwig
tijdloos geappte roem op beide wangen stralen

de volgende dag een even later vergeten column
voor de schlemiel der schlemielen zonder de geur
bloemen en niet de glorie doordrenkt van olie

geen marsepein voor het zitvlak van de verdwaasden
geen masseur voor de kromme benen van de roekelozen
geen odeur voor de stramme lijven van de zwetenden

maar innerlijke trots en duizenden kilometers
sluipt in hun binnenste hang naar voldragen leed
met de glimlach van voldaanheid na ieder eindpunt

de Tour als heilige graal van voldragen moed


Kees van Meel

Heel vrij naar Yehuda Amichai

Weer een Ronde ten einde, als een goed seizoen 
voor kuitenbijters en heelmeesters, of een periode
van opgravingen waarbij uit de diepte half vergane
dingen zijn opgehaald: een drinkbus, een rochel of een Rolex.

Weer een Ronde ten einde. Een beschaving van bandages
schaafwonden en boodschappers op een plateautje met snelle wissel
van mistgordijnen en zonneschermen waarbij iemand plots 
uit het beeld verdwijnt en je denkt: mijn god, toch
niet weer die arme Pierre Roland.

En heel uit de verte van de dalen komt het geluid 
van één enkel paard en een man aan het werk
en heel uit de verte van vroeger het geklop
van de buurvrouw aan de deur, de moeder van Pierre
met een kommetje rijstpap, speciaal voor jou

maar zonder de gele kleur van saffraan.

We heffen het glas en de doden staan weer op.


Norbert de Beule

Thermiek

Er hangt een lichte sluiermist
in de vallei
als ik die morgen aan mijn
klim begin.

Twee bochten verder klinkt
een carillon 
van koeien die mekaar te 
grazen nemen. 

De weg is leeg, net als 
mijn hoofd;
de wil regeert, verdooft
mijn lijf tot trance.

Maar klimkadans vertikt het,
laat op zich wachten,
voelt niets voor dictatuur 
van regelmaat.

Hoog boven zweeft 
een adelaar zijn rondje
op hoop van prooi en buit 
en overleven.

Terwijl trap ik me rot bergop 
op zoek naar 
stille waan, vermomd als zin 
in dit bestaan.

O geef me wat thermiek
op weg naar Golgotha.


Herman Laitem

Eervolle vermelding

‘waarmee kan ik u van dienst zijn,
een broodje kroket?’
‘nee, geef mij maar een Ducrootje
een kroket is mij te vet!’

ik wil het proeven op mijn tong
het angstzweet van een afzink
voor Maarten is dat zijn bon ton

‘oohh, die gaat gehoekt
mag ie dat van z’n moeder?
dat gaat maar net goed!’

ik mis nu al het relativeren
van onuitgesproken heldenmoed


Bert Struyvé

Ploegmaats

zeg niet: Wout Poels
die had kunnen winnen:
een winnaar heerst elke dag
en dat deed Poels niet om te beginnen

ploegmaats zetten uit de wind,
ze bepalen het tempo;
doch er is maar één die wint:
een man met meer animo

persoonlijkheid is nodig aan de top:
de strijd tegen gekozen ontbering,
een kluizenaar moet men zijn
of de poging wordt een flop

een Ronde wordt niet gewonnen
in een weekje of drie:
aan de zege is voordien begonnen
door te leven in een eigen monasterie 

en door meer pap te eten:
een winnaar neemt geen hap te veel
terwijl ploegmaats wel eens vreten,
die nemen heus hun deel

heersen vangt aan met zichzelf beheersen
daartoe zijn weinigen in staat:
zeker het peloton niet
doch evenmin een ploegmaat


Staf de Wilde

De liefhebber

schrijven is vaak rijden op de limiet
het is veelal aanklampen op je laatste adem
want je hangt maar wat snel aan het elastiek

als er in het peloton van woorden nerveus
wordt gekoerst en je maar niet dichterbij
kan komen als je tracht een gat te dichten

soms als het even afvlakt 
voor je met de slotklim begint
oog je opeens weer fris
en schrijf je met een mooie pedaalslag

geef er maar eens een slok op
en maal door op het grote blad
al schrijf je voortdurend diep in het rood

toch verwacht je de commentaarstem
dat je niet goed meer bent
dat de een na de ander eraf moet

dat je straks geparkeerd staat
hopelijk ben je wél de betere daler
maar ja de meet is op de top getrokken

je zakt er doorheen
en gaat op zoek naar een bus
daar kun je in ieder geval nog

mee thuiskomen


Bert Struyvé

Moed

Mollema en Kelderman
de helden van de dag
allebei veerkrachtig 
na al flink wat tegenslag

dapper in de aanval
tegen beter weten in
toonden zij hun strijdlust
door weer mee te doen voorin

ja schrijf hun namen maar vast op
want volgend jaar zijn die twee top


Daan Sindelka

Bauke!

o, Bauke toch niet lossen
terug in het wiel jij, snel
blijf de drommel aanklampen
dat kun je heus nog wel

kom op Bauke, blijf geven
nog vier dagen te gaan
en eigenlijk nog drie maar Bau
want Parijs is niet veel aan

en misschien Bauke, misschien
heeft Froome een slechte dag
en zal jij de man zijn in Parijs
die geel aantrekken mag


Daan Sindelka

Wielerfan

Een welverdiende rustdag in de Tour
Brengt amper tijd om lekker uit te blazen
Van al dat jachten, jakkeren en razen
Want morgen wacht alweer een bergparcours

En ook zijn daar de sluwe wielerbazen
Die soms met zakken geld en veel rumoer
En grote toekomstplannen vol bravoure
Op toppers en de beste knechten azen 

Ik dood de dag met angstig speculeren
Kan Froome de druk van Mollema weerstaan
En zal Quintana nog eens exploderen 

Zo’n wedstrijdvrije dag kan ik niet aan
Mijn lijf verzuurt, mijn hersenen blokkeren:
Als fan heb ik de zwaarste wielerbaan


Frits Criens

Jump

soms in de regen
en soms in de wind
soms in de bergen
en dan eens een sprint

soms in de Vuelta
en soms in de Tour
een mooie klassieker
een loodzwaar parcours

staand op de trappers
of recht uit het wiel
soms eens wat zwoegend
dan weer met stiel

soms als de Hulk
of als Forrest Gump
maar vandaag wint Sagan
dank zij zijn jump


Daan Sindelka

Peter

Wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe hij telkens weer tekeer gaat op zijn fiets
Te zien of al zijn wonderkrachten reiken
Tot rode lipstick van de rondemiss of niets

Ook al zullen wielerkenners 's avonds prijken
Met wie wat fout deed in hun analysespeech
Wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe hij de anderen weer martelt op zijn fiets

'It is crazy' laten ons zijn blauwe ogen blijken
Hij eerste Froome op twee het lijkt een witz
God wat is het toch een lust om te bekijken
Hoe Peter voortgaat als gegoten op zijn fiets


Huisdichter Cornelis

Tom

Coole Maastrichtenaar
Zeldzame fietsvogel
Leefgebied wegen
Van asfalt alom

Mensen behept met wat
Ornithologica
Zien hem daar vliegen
Die dekselse Tom


Huisdichter Cornelis

De wind, de wind

1.
'Wind is een platte berg' zegt Rob H.
gedreven ridder van de weg en wat dan
als het echt bergop gaat hoger nog naar
beruchte hellingen tussen kale steen

je ziet rook en vlammen aan de horizon
van schrik waait een man van de fiets
hij schiet als los wild een greppel in
duikt dan onder in een splijtende waaier

je vindt hem later met kleerscheuren terug
aan de verkeerde kant van de scheiding
haar van het hoofd geblazen maar goddank
nog in slag onder de gezandstraalde helm

aan het eind versnelling van groen en geel
ze verdelen de doelen elk pakt zijn deel

2.
In de voetsporen van Petrarca vol ontzag
Mont Ventoux op, berg van de verbeelding
waar achter lavendel het slagveld wacht
het spel gespeeld dat slachtoffers kraakt

tegen wind in zwoeg je gezwind naar boven
feestdag als het bij Chateau Renard gedaan is
champagne en 'fromage fort' in het verschiet
2 Belgen gaan voor de zege op Quatorze Juillet

daarachter zie je in het gedrang die motor niet
het is vallen opstaan de gele trui die zonder fiets
verder rent maar niet zoals zijn frame is gebroken
hij schudt het hoofd trapt op ‘n leenfiets in ‘t rood

het maakt chaos op de berg in een keer compleet
niet in het minst bij de jury die een oplossing weet



Frans Terken

Ventoux, een nabeschouwing

Het was voor elke kijker even wennen
Dit niet echt alledaagse tafereel:
De man die fier gekleed gaat in het geel
Zo zonder fiets bergopwaarts te zien rennen

Het greep, dat durf ik hier wel te bekennen
Mij zittend in de bank ook bij de keel
Is dit, dacht ik, een droom of toch reëel
De Tourbaas heeft zoiets niet kunnen plannen

Enfin, de juryleden hebben overlegd
En in hun wijsheid hebben zij besloten
Dat Froome zijn trui houdt. Ik vind dat terecht

De schuld lag immers bij die idioten
Die op de weg gaan staan. Het moet gezegd:
Door hen gaat wielersport straks naar de kloten


Hans Manders

Mont Ventoux

de koers verlaat Montpellier
al keuvelend via glooiende streken
over slechts een onbeduidende côte
en dan… de voet van…
waar serene stilte daalt in het peloton

het kleurenpallet zucht in en uit voor wie het ziet
beweegt als een speelse accordeon
de wind trekt de Bermudadriehoek
en een ieder raakt aan de eigen limiet

de maan schijnt helder aan de horizon
de top swingt vandaag in ovale vlagen
het giert om het weerstation

zwoegende dragers zijn aan het temporiseren
kopmannen zien bondgenoten in sprinters
die weten te schuilen voor wat tegenwind

attention, attention!  het finale doek
valt op een parkeerplaats ver van
de o zo gewenste zone des doods

het is het verdict van de Ventoux
zes kilometer onder de top
maar ach, wat doet ’t er toe


Bert Struyvé

Ventoux, een voorbeschouwing

Wie ligt er voor de klim begint op kop
En wie zal in het bos gaan demarreren?
Voor welke renners zullen kansen keren
En wie raakt door een klapband achterop?

Wie krijgt er onderweg een hongerklop
En kan daardoor niet optimaal presteren?
Wiens naam zal het publiek het meest scanderen
En hoe hard zal het waaien voor de top?

De kale berg, met landschap als de maan
Wordt door de wind geen strijdtoneel van helden
Die een voor een langs Tommie Simpson gaan

De winnaar zal zich bij Reynard reeds melden
Want daar zal deze keer de eindstreep staan
Zal Froome zich daar als beste laten gelden?


Hans Manders

Rustdag

Duivels de ledigheid
Dag van het oorkussen
Renners op slippers
Of neukend hè get

Morgen goddank weer ‘n
Hemelbestormende
Tête de la course
Met z’n fiets in gebed


Rustdag in Andorra

De een ligt 's morgens lekker lang op bed
Een ander gaat een wielertijdschrift lezen
Een derde krijgt nu kans om te genezen
Van valpartijen met zijn bicyclette

Er wordt ook hier en daar een wond ontsmet
Een renner stuurt -dat is mijn hypothese-
Wat schietgebedjes richting opperwezen
Een ander eet vier broodjes vleeskroket

Een kopman is vandaag voor dag en dauw
De bergen van Andorra in gereden
Een meesterknecht neemt het wat minder nauw

Hij heeft bij al het beulswerk flink geleden
Maar skypet nu op zijn kamer met een vrouw
En vraagt of zij voor hem zich wil ontkleden


Hans Manders

Thomas de Gendt

hij doet Urbanus na
aan tafel na de strijd
de man van het lukt bijna,
geef hem ruimte, geef hem tijd

een strijdershart als geen één,
een man van courage;
zie hem schuiven met ongeschoren
been: hij behoeft geen massage

steeds lonkt hij op een kans
en vaak zal hij zich misgrijpen
deze man van bijkans
soms moeilijk te begrijpen

waar haalt hij de geest vandaan
om het hazenpad te kiezen
hij is pas voldaan wanneer
ze achter hem kniezen

goed, het lukt niet elke dag
doch hij waagt het keer op keer
zeg daarom met een glimlach:
een speciale, een mijnheer

Staf de Wilde

Morgen weer

een belofte droomt de koers door de Pyreneeën
woont op het vlakke en bevecht het valse
in niets zoals de ervaren klimmers en dalers

op het valse speelt een belofte met het grote blad
repeteert stoer de reeksen van wattages
met een drinkbus scheef in de mond
zoals het hoort voor het plaatje

heupen stijgen en zinken als op een cakewalk
zoals vaders vroeger vertelden over de kermis
een belofte droomt over twee wijsvingers om te remmen

over piepende autobanden van ploegleiders
van achterwielen die slippen
terwijl voorwielen kiezen voor de ideale lijn

een belofte droomt van een daler die als een steen des doods
de volgwagens uit het wiel rijdt van snelheden
die gaten dichten die zichtbaar in het wegdek zaten
een belofte droomt van een voorsprong

door in wintertijd te denken maar eens bij de meet
geen geduld voor onzinnige commentaren
een belofte droomt in strak getrokken shirt

het opgeheven hoofd in rechte lijn naar zijn eigen bed
morgen weer


Bert Struyvé

De sprint

Zestig het uur of meer
Kolkende razernij
Dappere mannen
De eindstreep hun doel

Angstig aanschouw ik het
Tweewielergekkenhuis
Flink in de war op
De punt van mijn stoel


Huisdichter Cornelis

Greg

Belgische bange hoop
Greg ja van Avermaet
Vlindert omhoog
Naar de Pas de Peyrol

Prachtig gezicht dus de
Fietsknuffelvlamingen
Gaan dat is logisch
Compleet uit hun bol


Huisdichter Cornelis

Vierde in etappe vier

Hij debuteert op Frankrijks wielerwegen
En rijdt zijn eerste Tour in rood-wit-blauw
Hij heeft voor sprint de juiste lichaamsbouw
En is bepaald niet schuchter of verlegen

Hij streed vandaag om de etappezege
En zichtbaar zat hij op het vinkentouw
Maar oermens Marcel Kittel moest en zou
En sprintte naar zijn ritwinst nummer negen

De vierde plek voor Dylan is een teken
Dat hij zich met de beste meten kan
En in de koers nog potten kan gaan breken

De Lotto-Jumboploeg is wat van plan
En doet in deze Tour nog van zich spreken
Ik schrijf heel graag een nieuw sonnetje dan


Hans Manders

Bloemen in Angers

                                         Tour 2016, 3e etappe

Wil je in Granville, nog gekleed door Dior
al de bloemen ruiken van het verre Angers
het zweet houdt het tegen en anders wel
de afstand om van aanvang voluit te gaan 

dus rustig aan liefst een luie wandeletappe
onderweg genieten van landschap en kijkers
bloemrijk de namen van stad en dorp
zo ook van winnaars uit eerdere jaren

zie een vluchter op weg naar zijn thuisfront
hoe hij moederziel de energie verbruikt
weggetrapt voor het in 't eind erop aankomt

nog een landsman driest in de achtervolging
samen fiets je harder je houdt de tricolore hoog
al wappert hij ook vandaag niet voor Frans fortuin


Frans Terken

Leve Michel Wuyts

ja, hij is een schoolfrik,
zijn verhalen bij landschappen
en kastelen lijken op een tic 

betweter: hij twist alweer
met De Cauwer over een houding
op de fiets, een pedaalslag

de dag duurt lang voor ouden
en hij houdt ze onledig: zij
kijken al uit naar al de uren
dat hij zal praten en tonen

zij zien heuvels waar ze zouden
wonen indien ze geld hadden
en nog de nodige jaren

renners herkent hij in één oogopslag,
nauwelijks in beeld gekomen
en je raadt zijn glimlach wanneer
een Vlaming ontsnapt naar zijn jonge dromen


Staf de Wilde

Bijna

Mont Saint-Michel: het is de hoogste tijd
Voor grand départ en grootse wielerdaden
Van sprinters, klimmers, al die fietsnomaden
In weer een Tour vol passie, vuur en strijd

Het EK-voetbal kon me niet bekoren
Maar nu zit ik als wielerfan van voren


Frits Criens

Fietsen in Lommel

fietspaden omzoomden bos
en veld, elke wind gebroken
door heg en boom

zelfs jij, mijn lief, niet gewend aan duwen,
vond het zalig zo te glijden en nergens
verloren we een knooppunt
uit het oog: de borden van Limburg
spraken hun langzame taal

we overschreden een grens
zonder van een grens te weten
behalve zo’n kegel in het gras:
die droeg zijn eigen wapen

neen, nergens gleden we
zo zalig aan de tijd voorbij:
de vooravond viel met de voormiddag
samen, alleen een serveuse
sprak op de noen een ander accent

en Lommel blonk uit met roze asfalt
na de grensweg die op en neer ging
en links en rechts het spoor volgend
van de bomen

geloof me, lezer: ben je een fietser,
kom hier dan dromen – doch val niet
in slaap want onverwacht duikt
na een bocht een verwante op,
ook zo’n dromer met een fietsheld in z’n kop


Staf de Wilde

Droomwaaiers

je zet je schrap in warme wind
je kijkt over zinderende kasseien
en wacht en wacht en wacht
de straat tuurt al uren op haar tenen

dan opeens zoeven benen als snelle spaghetti
voorbij het wielervolk bespuit elkaar
met geraapte bidons
opgewonden

en juist dan droom je even weg
over een rivier
en zie je een zomerhitje tegenstrooms
van boeg naar stuurhuis door ‘t gangboord lopen

om je te halen
helaas krult de rivierbocht haar
alweer weg

uren later knip je jonge spinazie
genadeloos van de aarde los
en al bladerend dobber je weer even weg

over kasseien die drijven in onmetelijk grote zee
en zie je overal golvende benen
in kleurige deining
als vertraagde waaiers

van opzij
trekt de tegenwind aan


Afzien

Er gaat niets boven Groningen! Akkoord
Ik gun eenieder daar zijn luchtkastelen
Wat kan die malle slogan mij nou schelen
Die geen weldenkend mens hier boeit of stoort

Laat Groningers gerust hun ego strelen
Met chauvinisme waar men thuis mee scoort
Zolang er nog naar aardgas wordt geboord
Kan ik hun stoere eigendunk wel velen

Maar nu die toon de Drenten ook charmeert
- Men wil vereend het wieler-wk halen -
Acht ik het tijd dat iemand protesteert

Puur vlak, geen klimmen dus, geen dalen
Geen heroïek, het sprintbelang regeert:
Een wedstrijd zonder ballen, dat wordt balen!


Frits Criens

Dick Heuvelman (70) wil het WK-wielrennen voor 2020 naar Groningen en Drenthe halen.
De KNWU heeft zich achter het initiatief geschaard. Bron: De Volkskrant, 7 juni 2016.

Sonnet

Wiggins, Evens, Cancellara,
Sastre, Schleck en Contador.
Hinault, Hoban en Herrera,
Aimar, Anquetil en Poulidor.

Bahamontes, Jimenez, Pantani,
Delgado, LeMond, Fignon.
Gaul, Géminiani en Nencini,
Agostinho, Ocaña en Pingeon.

Kübler, Kader Zaaf, Anglade,
Danguillaume en Darrigade.
Walkowiak, Lazaridès en Koblet,

Robic, Brambila, Poblet.
Bottecchia, Lapize, Lapebie,
Boerke Beeckman en Jules Lowie.


Bahamontes

- Federico van T-olé-do -

In de arena van het hooggebergte zal hij para siempre
de grootste toreador blijven, deze klimmende El Cordobes
op twee rubberen bandjes die zich op de hete flanken
van de Puy de Dôme tooide met lava van de Auvergne
als een lauwerkrans van heet zweet om het hoofd.

Het sierlijk golvend haar, de ogen van vuur,
de pezige benen waar maar geen eind aan komt,
de lange spieren als soepele bruingebrande lianen
in een oerwoud van wentelende wielen,
deze koersadelaar met shirtpluimen van wol en
de ijzeren klauwen rond het glanzend kromstuur,
zijn lichaam ongenadig heersend  in de strijd bergop.

En dan het ballet van koerssacrale namen op de borst:
Margnat-Paloma, Faema-Guerra, Terrot-Hutchinson,
met als gevleugelde uitschieter het team van 1959:
Tri-col-filina-Coppi/Condor-Kas. Colcondor pur sang.
Ze staan hoog en fier in het granieten lijf van Alpen en
Pyreneeën geschreven, elke dag opnieuw weerklinkt
op de Mont Faron de echo van hun goddelijke klanken.


Willie Verhegghe

Tatarinov

Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij
Een jonge Rus de handjes
Op het stuur knikt kort naar mij

Velden maïs en varenplantjes
Trekken kalm aan ons voorbij
Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij

De Schweiberg doemt op tandjes
Hijgend al klim ik langszij
In mijn spieren binnenbrandjes
Hij heet Tatarinov zegt hij

Stoepranden worden randjes
Epen komt nu snel nabij
Katushafiets met witte bandjes
Schuift langs me in Partij


Huisdichter Cornelis

De Toer

Zon brandt op de spanboog van zijn rug
terwijl hij door het landschap zoeft,
de wielergod. De gladgeschoren kuiten
malen vliegensvlug, de spaken flikkeren.
Zijn neus plakt aan het stuur
en in het kielzog trillen stofwolken.
Aderen bonken, spieren ronken
bij het leven als het lukt:
                                               omhoog
                                       vliegt
                                 en
hij verlaat de grond 


Inge Boulonois

Voor Rik van Looy

uw trots maakte mij trotser:
u viel aan en ik won
en soms bent u getuimeld,
brak een pols, een sleutelbeen

ik ben weer kind en ik ween
want uw pech kon mij bedroeven
maar ik straalde aan de meet
waar u als een schalk
stond te snoeven

u was de Keizer en dat
mocht men weten:
u heerste over het peloton
samen met maître Jacques
die de Tour vijfmaal won

u kon bergop, u kon dalen
en bovenal was u aalvlug
om een zware rit nog af te maken

u had een fanclub en tegelijk
een bende die u af wou kraken
ja, zo vaak leidde ik het debat
om u op straat te kronen
tot Heerser van Herentals
waar u vanuit Grobbendonk
ging wonen

uw trots heeft me trotser gemaakt:
een kleine jongen die zegevierde –
of men u nu prijst of laakt:
ik was het die het luidste tierde


Staf de Wilde

Laat je banden zingen

                             tekst van Het Giro 2016-lied

couplet:
Dus je beklimt jezelf
en daalt in jezelf af
het landschap van je kracht
de woorden op de weg
reflectie in de plas
maar niemand klopt zichzelf

couplet:
Dus trap jezelf maar los
en rij jezelf voorbij
je vindt je weer terug
in de armen van de prijs
maar niemand wint alleen

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd

couplet:
Dus bijt je door de lucht
het bloed pompt in je rond
je hart snelt voor je uit
je hoofd is bij de finish
verbaasd over je huid

bridge:
Rij weg van de wedstrijd
ontsnap de trage tijd
trap je weg van jezelf
en hou je uit de wind

refrein:
Laat je banden zingen
Raas je adem achterna
Jaag ons door de Jachtlaan
Over de streep
in het lied van de tijd


Hanz Mirck

We waren er bij

Het sneeuwde, er viel hagel, koude regen
En tussendoor scheen af en toe de zon
De weergod kende nauwelijks pardon
Voor renners fietsend over Waalse wegen

Ze klommen, daalden, hadden vaak wind tegen
Dus steeds vermoeider werd het peloton
Al koersend richting Luik, het eindstation
Waar 'onze' Woutje sprintte naar de zege

We stonden met een groep op de Redoute
En zagen in de hagel hem passeren
Hij reed alert, we zeiden: "Wout is goed"

Maar dat hij echt in Luik zou triomferen
Had niemand van ons negental vermoed
En bracht ons stuk voor stuk in hoger sferen


Hans Manders

Engel op de schouder

- voor Enrico Gasparotto
in memoriam Antoine Demoitié -

Wat gaat er in dat rennershoofd om, denk ik,
nadat Enrico de tranen van de jonge weduwe en
de grote kille leegte in haar blik
met eigen ogen heeft gezien ?
Wat gebeurt er in zijn afgetraind en mager lijf
op de Hollandse bult Cauberg genaamd,
hoe hard kraken zijn botten en spieren,
hoe zuur smaakt de pijn in zijn uitgedroogde mond ?

Er zat een engel op mijn schouder, zegt hij,
een engel die ik best kon missen en niemand toewens
want hij had vandaag beter naast me op de fiets
die korte wielerhemel ingereden,
een hemel waaruit ik snel daarna ben afgedaald
als een winnaar die weet hoe diep en droef
een rennersgraf kan zijn en hoe groot
verdriet dat in een koers geboren wordt.

Gent-Wevelgem trilt na in de benen van de Italiaan
die zijn Belgische gezel op de Caude Berg herdenkt
met twee handen die de grauwe lucht ingaan en beseft
hoe die engel op zijn schouder was gaan zitten
nadat hij eerder op de fiets gestorven was.


Afscheid

ik kan geen afscheid nemen
van bloesems in het voorjaar
de potpourri die erop volgt,
de lagen groen die met
mekaar in concurrentie gaan,
de Vlaamse voorjaarskoersen

hoewel, wat is die adoratie waard
die teert op krakkemikke wegen,
een rot gebit en brokkeltanden,
een volk dat van kassei en kavels
die pijn doen aan de ogen
een favoriete landschap maakt

geef mij dan maar de wulpse lijn
van heuvelruggen achter Luik,
het knappe lijf van Lombardije,
een oksel van de Alp, een tiet
van Dolomiet, daar schuilt de
ware erotiek die doet verblijen


Herman Laitem

De knecht

Elk jaar worden ze fleuriger
Die renners
Opgesmukt in alle kleuren
Zo willen genadeloze sponsors

Het is ook een vak zonder genade
Je leert het niet meteen
Nee, de stiel van knecht
Komt met de jaren

Zijn kuiten laat hij goed kneden
Als hij morgen de kopman moet afzetten
Leeft mee met winst of verlies
Als hij, eraf gereden, eenzaam aankomt

De kopman weet het wel
Dat hij hem moet eren
Net als de sprint aantrekken
Is het knechten vaak een hondenjob

Niemand laat een traan
Als de diener weer eens
Een wiel weggeeft
En wachten moet op de karavaan

Maar ook vandaag is het opnieuw koers
Mijn moeder kan het niet meer zien
Alle valpartijen
En onnodige chasse patates

Waar is de tijd, vraagt ze
Van Flandria en Faema?
Van Merckx en Coppi
En de minutenlange voorsprong

De renners staan er niet bij stil
Zelfs aan de gesloten spoorweg
Riskeren ze lijf en leden
Voor eeuwige roem

Ook de knecht laat er zijn slaap niet voor
Hij weet wat van tel is
En kent zijn plaats
In het overbevolkte peloton

Zijn wielertrui gevuld met bidons
Groet hij, de barmhartige,
Zijn familie die gespeeld vrolijk
Bidt voor een goede afloop


Gatel de Jeriba

Sagan wint Gent - Wevelgem

Petre, rare patriot, nu race je
als eerste in je truitje
van de regenboog en op slag
worden je haren er langer van:
nozem onder de kampioenen

wat een wedstrijd, die tweede
doortocht over de Kemmel
je spurtte op kop naar boven
een Zwitserse machine in je wiel

zo rij je: met hart en ziel
zoals ooit de Kempense Keizer
ik reis nu door de tijd,
van zijn naam word jij niet wijzer

nozem, outlaw die in een kontje
mag knijpen: hoe vaak is jou
dat verweten, hoevelen
hebben jou benijd?

met jou is er altijd strijd
je vangt de wind en de volger
ziet al zwarte sneeuw, het deemstert
hem voor de ogen

je won die trui en wie
moest jij beloven: ik toon hem
aan de wereld als een ware kampioen?


Staf de Wilde

Thuisfietser

het waait maar hij voelt geen wind
het regent maar hij wordt niet nat
hij heeft de natuur opgesloten in een kast

zijn benen voelen zwaar
maar draaien gestaag
in het perpetuum mobile
van de stilstaande beweging

hij schakelt verlichting
de helling is digitaal
tien procent en tweedimensionaal

het zonlicht treft het zonlicht

hij stapt af en doet de gordijnen dicht


Harmen Malderik

Namen op de fiets

jaren vijftig begin zestig
toen wisten we wel zeker:
nooit wint een Belg
de Tour de France
ondanks Stan Ockers en Branquart

daarbuiten zagen we Belgen in zwartwit
dankzij de Carpano’s: Ketelaer
en Fred de Bruyne – en de mooie
regenboog van Rik de Eerste
en van de Keizer uit Grobbendonk

dat jonk bezat een Rode Brigade
die pas rood werd achteraf –
je was een kind, verschoof de namen
in vederlicht plastic en des zomers
legde je pistes aan in het rulle zand

want in een sjiekenbus had je hem
gevonden: een marbel van plastic,
die vloog in de minste wind
jouw heuveltje af en die werd Rik

je kocht een schriftje en hield
de uitslag bij: steeds van Looy
voor Darrigade en Poulidor
mocht arriveren voor maître Jacques

zo waren jouw spelen
tot je veertien vijftien werd:
een zorgeloze zoals Sorgeloos
de meesterknecht van de Keizer

nimmer werd je wijzer,
je bleef dat spelend kind
en je verwedt lood om oud ijzer
dat jouw favoriet ooit eens wint


Staf de Wilde

Fiets

Gewichtloosheid en een zweem
Van onaantastbaarheid belovend
Steil omhoog minuten rovend
Parelmoerwit carbon frame

Wonder volmaakt uit modern bakeliet
Rustend in wielen van Silver XP
Stralende spaken van roestvrij DB
Bewogen door drie keer ten speed

Wellicht zal de lezer nu zeggen
De dichter verkracht poëzie
Verblind als hij is door de technocratie

Dus vindt dit sonnet drie keer niets
Welnu ik wil zulks niet weerleggen
Ik ben gewoon blij met m’n fiets


Huisdichter Cornelis

Vroeger

toen helden nog roken naar
wikkels van zoet, chocolade
nog smaakte naar koers

je in broeken – naast kont –
ook nog biefstukken vond
en flesjes magische kracht

renners nog spurtten voor
een bos gladiolen, de mond
een vloedlijn vol schuim

truitjes nog voelden als
schaap in de wei, vedetten    
nog roken naar kamfer
 
een Tourdag nog wachtte op
Pips en de muis, en beelden    
zwart-wit op de buis

idolen nog scholen in chewing
gumpotten, vol romige diva’s
en  brylcrèmecoureurs   
    
toen voelde ik soms het manco
van vader –
kind zonder bidon op de fiets


Herman Laitem

Eddy Merckx

Zeus Merckx
wielergod en millimetersleutelaar
die uit de ijle hoogten van zijn flitsend rijk
met bovenaardse kracht uit dij en kuit
meer dan de helft van duizend palmen
op gouden vingers aan het ivoren kromstuur
telt en telt.

Tussen Milano en San Remo zeven keer
de roes van Poggio en feestfontein,
ongekroonde keizer van Tre Cime di Lavaredo,
Ballon d’Alsace, Ventoux en Izoard,
één uur Montezuma – Merckx in Mexico.

Heerser over allen die hun lamme lijf
in de schaterende schaduw van zijn wurgend wiel
te pletter en aan splinters fietsen.
Alom geweeklaag, geknars van tand en wielen.

Meer omnivoor van alle wielervoer
dan kannibaal van Meensel-Kiezegem.
Nu haute-couture-fietsenbaas in Meise.


Willie Verhegghe

eenentwintig bochten

als ik de Alpe naar boven rijd
dan beeld ik mij vaak in
dat ik van iedereen win
en word gekroond tot berggeit

Coppi klop ik in bocht één
Joop versla ik in bocht twee
Kuiper doet voor mij niet mee
Sastre los ik haast meteen

Winnen bijt zijn tanden stuk
wanneer ik demarreer
ik doe alle favorieten zeer
ook Rooks heeft geen geluk

zelfs Pantani, de piraat
ziet met lede ogen aan
hoe er langzaam aan
een gat met mij ontstaat

dan plotseling gaat het vlug
als het zuur tot aan de oren
mijn dromen komt verstoren
schakel ik een tandje terug
ik rijd toch niet meer van voren


Ronde van de straatnamen

In Sint-Eloois-Winkel eerste bevoorrading
Een Duvel, bierworst en een schuimkraag
Mijn superbenen zijn nog goed

In Lendelede op de Rijksweg
Zadelpijn en krampen
Maar niet getreurd ik kom voor de kasseien

Mijn benen zijn nog goed
Een reutel op de Rotelenberg
Een zure wind vanuit het Steengat

Bossenaartstraat, Onderbossenaartstraat
Nederholbeek
Mijn verval wordt ingezet

In Zwadderkotstraat
mijn eerste smak

In Sint-Blasius-Boekel
een plensbui bovenop

en toen was ’t schip verdronken
mijn benen schoten in een kramp

Dan van Driepikkel naar Goeferdinge
Het godverdomse noorden voorgoed kwijt

Van Hoogstraat naar Neerstraat
Van Neerstraat weer naar af

beduveld en beduusd
en zonder weer- en wegenkaart.


Norbert De Beule

Denkend aan fietsen

Denkend aan Fietsen
zie ik stalen rossen
snel door eentonig
hoogveen gaan,
rijen we verder
ijlings genietend
met hooge snelheid
op de trappers staan;
en aan de bijzondere,
stangen verbogen
de ijzers
gesmeed uit het niets,
het zadel, de standaard,
de reflectoren,
wielen en spaken
verwordt tot een fiets.
De zon op mijn huid
en de wind langs mijn wangen,
doet voelen als leven
zo is het goed,
en in mijn gedachten
de stem van mijn moeder
haar kind behoedend
kijk uit wat je doet.


De laatste ronde

Door de voordeur vlucht een renner
in zwart geel rood het café binnen –
de menigte splijt uiteen.

Door de achterdeur stormen jagers
in clubkleuren naar buiten –
de menigte sluit zich.

Nog een uur te gaan.

Weer worden de glazen gevuld,
zweven de bladen door de staminee,
grijpen handen in de nevellucht
en laven zich de habitués.

Op weg naar het werelduurrecord.

Vluchters gaan en jagers komen,
waden door een zich verdikkende
stroom van blubber en slijk,
versieren de glazen met een bruine
kroon van niet te lessen dorst.

De renner in het zwart geel rood
vlucht nog één keer langs de
altijd gulzige monden.

De slager zoekt zijn worst.

De kastelein roept: de laatste ronde!


Harmen Malderik

Anti-berggeit

Ik weet het wel dat ik helaas
elke pukkel in Limburgs heuvels
als een onbedwingbare berg bezie

het kleinst verzet draait zich lam
in mijn pezig lijf spier op spanning
kop op slijten tong verdroogd

als biefstuk uit mijn open mond
kalfsleveren kleur te bleek voor
zuurstof bloedlichaam en lust

de berg in mijn geweten stapelt zich
op voor mij als losse blokkendoos
te brede voegen splijten mijn moed

de schoentjes knellen krampachtig
rond mijn beurse voeten berust erin
mijn vriend en daal af valleien in

druistig de wind van achter snel ik
langgestrekt boomlanen door
op zoek naar mijn geboortegrond

hier begint
plat vlak gretig voor mijn banden
duizend kilometers weg van hier
naar Brabants vlakke land geluk
begint hier


Openbaring

We waren zes of zeven
en kenden Melckenbeeck,
Monty, Reybrouck, Foré
van de beelden, nog
zwart-wit op onze TV.

Tot we op een keer
aan vaders hand
mee in het dorp
naar een kermiskoers
mochten gaan.

En die coureurs ook in het echt
en in kleur bleken te bestaan.


Patrick Cornillie

Passo Giau

De vierde col vandaag, kan ik
eenmaal uit de dichte naaldbos˗
sen genieten van keteldalen
en bleke bergen?

zie ik steenarenden, zwarte
wouwen of wespendieven?

denk ik heel even maar
aan de roze demarrages
van Stefano Garzelli
en Leonardo Piepoli?

ruik ik de rapunzel
en de oranjelelie
misschien?

niets van dat alles,
ik zit al 9 km
als nooit tevoren
af te zien


Miel Vanstreels

Comeback

Groeiend vertrouwen -
hard op weg van handhaving
naar gestaag omhoog


Staande naar de top
een vloeiende beweging
in koppositie


Het dal is de start
ongekend trekt de limiet
harder dan voorheen


Fiet van Beek

Luctor et emergo

je gaat kort door de bocht
op een quasi-kamikaze
om gedragen door spaken
hersenschimmen na te jagen

je wringt je in bochten
halverwege de vulkaan
geen plaats voor contemplatie
over spanning of wattage

geen mens heeft gevraagd
deze pijnpunt te bestijgen
en de bodem van de drinkbus
blijkt nog droger dan je mond

pesterig zweeft hier
een havik naar de meet
op kruistocht naar de sterrenwacht
ben je prooidier en prijsdier tegelijk


Sander Meij

Koninginnenrit

deze dag staat met rood omcirkeld in mijn agenda
vandaag moet het gebeuren
ik moet, ik wil, ik zal
op de eerste col vanaf de Grand Depart volle bak omhoog
in bocht acht zullen ze staan, mijn vrouw en dochtertje van vier
mijn koninginnen
hoopvol

voor mij geen surprise noch heldendicht
deze knecht geselt zijn lichaam met iedere pedaalslag
stoempen, harken, geparkeerd staan
vierkant op de fiets zitten, het snot voor de ogen fietsen
de bus is vertrokken zonder mij
bestemming lijdensweg

ploegentaktiek, koersverloop, vergeten
blijven drinken, blijven eten
mijn rol? Overleven
Parijs zien en dan sterven, maar ik ben al dood
Madeleine, een feeëriek meisje bezorgt me helse pijnen
in een waas doemen de ogen van mijn dochter op
de hemel gaat open
papa!

hernieuwde kracht, niet voor mogelijk gehouden reserves
trots zit ik op mijn fiets
ik poog te lachen maar grimas
zweet gutst, het gaat me lukken
dan ontwaar ik de blik van mijn vrouw vol afgrijzen en medelijden
en besef de realiteit van dit moment
nog 54 kilometer klimmen
bocht zeven wacht


Carl Vissers

De col

de twee pedaleren in het begin van hun reis
de bergen rijzen snel naar een hemelhoogte
de pedalen zweten met de malende koppen
ze fietsen gestaag voor de allerhoogste prijs

tussen maaiveld en de hemel en al op de helft
de zwaarste etappe op het point of no return
laat de jongen de ketting langzaamaan vieren
het meisje niet stoempt van Leiden naar Delft

heel even nog en zij kan de wolken bijna raken
hij lijdt en berust al in een gesloten hemelpoort
het meisje op haar beurt klopt eens stevig aan
de jongen kruipt op hoogte wil niet echt verzaken

zij wacht nog want het was onze reis voor twee
maar nergens is een Petrus bij de houten poort
een straffe wind waait slechts ijzig koude regen
reden voor twee ze suizen kussend naar benêe


Bert Struyvé

Fabio

Ik demarreerde, plafonneerde, crepeerde
Herlanceerde, want oh ik begeerde

Leuk om te schrijven, maar ik voelde niets
Mijn hart pompte vers bloed
Ik voelde me gewoon een man op een fiets

Maar wat was ik verbijsterend goed
Stelvio, Mortirolo, Gavia, Zoncolan
Ik wilde ze oppeuzelen, na elkaar als het kan

In mijn wiel gekraak, gepiep en gezucht
Amper zeven die overleven, happend naar lucht
Alle anderen betaalden al het gelag
En dat op de derde van vijf cols van de dag

Wat genoot ik van mijn kindertijd
Ze zeggen die komt nooit meer weer
Misschien als je de Giro niet rijdt
Een flashback naar de jaren negentig, keer op keer

Soms was ik Gotti, soms Di Luca, soms Simoni
Ik zette aan, dartel speelde ik met de pedalen
Wie kan volgen? Wie komt me halen?

Niemand aldus het zichtbare lijden op hun tronie
Hoe kan dat nu? Ik reed op halve capaciteit
Een kaakslag, aan de Giro start je niet onvoorbereid

Ik begreep het niet, viel nog een keer aan
Ging als een bezetene op mijn trappers staan
Keek achterom, niemand te bekennen

L’Ultimo Chilometro, de bevrijding voor gekwelden
Niet voor mij, ik was nu mijn eigen jeugdhelden
Tranen wellen op, het wil maar niet wennen

Doch juichend en klaarwakker spring ik recht
Nog voor de strijd definitief is beslecht
Nog voor ik in volle glorie ben aangekomen
Het is van Fabio Aru dat dwaze jongetjes dromen


Matthias Vangenechten

Love me two times

Te hoog gegrepen laat hij een man
gaan in een spel met vaste regels,
open waaiers, rituelen, volgwagens

stopgezet. Te gretig voor zich uit,
te lang gerekend spurt hij, kruipt hij
naar de boog in een aanval op de

bonus. Uitgeteld. Zou het kunnen
dat een berg verdubbelt als hij roze
geurt? Dat je doodgaat aan de kleur?

Nog voor de eindstreep valt hij stil.
His knees got weak, als bij een dier
dat zijn meester in de flanken ziet.


Leen Pil

Indruk

Vanuit de stilstaande streekbus
zie ik mijn oude liefde voorbij
flitsen op haar verroeste racefiets
vol in de wind die haar haren
naar achteren veegt langs dat
godinnenhoofd

haar bruine dijen verleiden
me nog steeds als ze steels
kijkend naar de chauffeur snel
voor de bus langs schiet met
haar breedste glimlach als
glijmiddel

ik herken haar gestaalde tactiek
waarmee ze mij in elke sprint
volleerd net op de meet klopte
haar gespleten tong uitstekend met
de appel waarin ik steeds weer beet
keer op keer

langzaam verdwijnt ze zo in de bocht
mij suf zwetend achterlatend met
een bus vol vreemden in mijn hoofd

én

de doldwaze gedachte aan haar zadel
waarop een glanzende afdruk van haar
haast almachtige bilpartij


Kees van Meel

Individuele tijdrit

Laten we uit de tijd
hier in die van de renner zijn:

nu hij sprint, een jongetje
snoept snelheid af van de grond

zie zijn jojoënde dijen, pistons
in een cirkelend bestaan

dat hem oplicht, als kinderspel
uit onze grijstijd

zo zullen we opgehouden zijn


Yella Arnouts

Vlakaf

hier, op het liggende streepje
tussen twee bolle haken
verzetten we nog wat zinnen,

gaan op zoek naar het groen
in spleten tussen stenen en spelen
met de trappers als honden met de wind.

een commentator zet een deuntje op,
een oude man deelt cola uit,
heli’s zoomen in op kastelen en abdijen.
het regent niet. het regent niets.

en al maken stemmen nog gewag
van rotondes, bochten, smalle paden en tocht
aan de streep, het blijft droog
en groen.


Sylvie Marie

Titan Fabian Cancellara

Zo oogt de koersende teddybeer van Bern:
een staalhard stuk Alpengraniet op carbon,
met de sierlijk magistrale trapdans der dijen en
de onwrikbare precisie van een Zwitsers horloge
in de ongenadige strijd tegen de tergende tijd,
zijn mooi gekapte kop als kroon op het wielerwerk.

Uit een beeld van Michelangelo komt hij gespurt,
met de glans van Carrara-marmer op de getaande huid
die strak gespannen staat naar foto en finish en
zijn glasscherpe demarrages in Vlaamse velden,
de hellingen als scalpen in de zakken van zijn koerstrui,
de kasseien gedegradeerd tot onschuldige kinderkopjes.
Of als een Hovercraft op weg naar Roubaix,
het duivels bos van Wallers-Arenberg een kneusje
van gesuikerde modder tussen mals gemalen stenen.

Ach, hoe sierlijk mag en kan een renner zijn
om toch nog als een reus overeind te blijven
in de roes en hitte van de klassieke strijd ?
Ik koester titaan Cancellara met een gouden pen
die woorden van bewondering in de hoofden etst
van al wie deze loepzuivere lofzang leest en
daarna uit pure adoratie nederig het hoofd buigt.


Willie Verhegghe

Als ze zeggen ...

'Als ze zeggen dat de rode lantaarndrager er nog aan komt'

Omdat ze zeiden dat je van klimmen vleugels krijgt
keek ik onder mijn schouder door naar veren
maar het enige wat ik zag en rook was mijn zweet
en de olie op mijn benen drupte als kaarsvet
in mijn gebeden om de top te halen, de top
die in de duistere mist alvast om mij lachte
de antiklimmer de schlemiel tegen de bergwand
de dwaler aan het einde van de rij lichtgewichten
die roffelend hun beentjes ritmisch in vuur ontstaken
de dijenkletsers in het publiek die duwden
en mij toe schreeuwden met “vals plat en patat”

Achot, wat haatte ik met elke vezel van mijn verstand
mijn benen sloegen bijna dubbel tegen de wand
met mijn stramme poten sleepte ik door ijle lucht
verkramping bij mij maar spechtkuiten en schrielhanen voorop
de dikte van mijn kuiten bleken bergen van verzet
tegen zwaartekracht en voorbij razende auto’s
die me opzij  duwden naar achteren naar alle kanten
maar niet naar voor zodat alle krachten uit me vloeiden
mijn spieren opzwollen mijn schoenen versopten
alles smeekte me om te stoppen het rumoer voor me verstomde:
de laatste volgauto verdween walmend voorbij de bocht

achter me verscheen de muil van de bezemwagen
opengesperd om mij te verzwelgen te kraken
ik rook de stinkende bek van het monster waar
zovelen in gevallen waren en afgevoerd en daar
verscheen in mijn uitgekacheld brein een engel
glimlachend met de vleugels die ik juist nodig had
stralende ster aan mijn horizon en aan mijn slepend
kraken kwam een einde in triomf spartelden mijn benen
ontploften mijn zenuwen en reed ik gierend op het ravijn af
de zwaartekracht verdween meteen en vliegensvlug daalde ik
de vallei in waar blanke lelies op mij neerdaalden

rondom mijn roodverbrande hoofd


Kees van Meel

Echt waar

Ze rijdt naast me
Op een oude racefiets
Ik zit in tram 3
Haar rechterhand glijdt
Naar beneden
Beweegt met duim
En wijsvinger
De commandeur
Naar voren
Met lang blond haar
Een kraag
Die halfopen staat
Fietst Merckx
Op zijn dooie akkertje
Door de van Baerlestraat


Huisdichter Cornelis

Madonna del Ghisallo

Als ik de bladeren zie vallen,
denk ik aan Lombardije,
aan een peloton dat zich langzaam
opwaarts richt in een langgerekt
gedicht, op weg naar de kapel
van Madonna del Ghisallo
waar klokken juichend beieren,
hoog uittorenend boven
het meer van Como.

En iedere keer verzucht ik dan :
was het wielrennen maar écht
een katholieke sport gebleven,
dan zou de pastoor mijn fiets
alsnog mogen zegenen.


Harmen Malderik

In vino veritas

-in nuchtere herinnering aan Abdel-Kader Zaaf-

We schrijven donderdag 27 juli 1950,
de 13de Touretappe van Perpignan naar Nîmes,
het is bloedheet, Algerijn Abdel-Kader Zaaf
-let op de passende fietsmiddenmoot van zijn naam-
vindt dat hij als lid van de équipe Afrique du Nord
wel eens mag tonen dat die helse temperaturen
hem op het pezig en getaande lijf geschreven zijn.

Hij rijdt solo minuten voor het verhitte peloton uit,
in het bruingebakken en mondaine Nîmes wenkt de zege.
Tot Abdel in de buurt van Vendargues plots fors
tussen zijn stalen Kader gaat hangen,
over het smeltend asfalt begint te zwalpen en valt.
Toeschouwers leggen hem neer in het lommer
van een plataan en overgieten hem als Samaritanen en
ietwat chauvinistisch met roséwijn van de streek,
water was er blijkbaar niet voorhanden.

De Algerijn komt bij en rijdt de verkeerde richting uit,
het peloton tegemoet. En valt meteen opnieuw.
Tourdokter Dumas buigt zich kort daarna over hem
zoals hij dat 17 jaar later over Simpson zou doen en
vraagt: “Et bien, Abdel, t’ es saoul ? Toi, un musulman ?”
De muzelman stoot wat onverstaanbare klanken uit en
laat zich een lammetje gelijk braafjes in een ambulance leggen.

Een mythe was geboren. In de drinkbus
van de Afrikaan werd ook nog alcohol gevonden.
Zaaf deed er verder het zwijgen toe maar tekende
meteen daarna vlot een reeks royale criteriumcontracten.

Op die wielerhistorische plataan zou een herinneringsplaquette
niet misstaan, naar het schijnt ruikt het er op warme zomerdagen
nog naar het zweet van Abdel-Kader. En naar wijn. Rosé santé !


Willie Verhegghe

Mont Merlot

Voorbij Chalet Reynard is het voorbij
Want hogerop verkoopt men nergens drank
Zodat ik hier nog snel wat vloeistof tank
Voor onderweg: vin rouge, dope voor mij

Merlot, de Mont Ventoux, ik voel me vrij
Thuis lig ik altijd suffend op de bank
Hier breng ik eer aan berg en druivenrank
De top ligt op nog drie bidons, tenzij…

Verzuring, kramp, verlamming in een dij
Mijn brein verdampt op deze kale flank
Geen drinken meer, koud zweet, mijn rug een plank
Een windvlaag, afgrond, val met averij

Dat u me zwaar ontveld naar huis ziet lopen
Ligt zeker niet aan mij: bent u bezopen!


Frits Criens

Rott, St Martinus

Rank en gespierd zijn ze, die hier
met zwier de pittige Camerig bedwingen,
rijdend voor Cabertin en Souvignier Gris.

Verblijd en omhoog gaan ze –
adrenaline in de neus, van endorfine
de niet te evenaren tonen in de mond –

bezijden Panisberg en Vijlen, waar
het bloed begint te zingen en de smaak
met een vaart naar het verhemelte stijgt.

Vleugels krijgen ze, bij de afdronk
langs zo’n wijngaard.

Fietsen, vinden ze,
wordt hier beter met de jaren.


Patrick Cornillie

Loorberg

                                   It’s not the mountain we conquer
                                   But ourselves. (Edmund Hillary)

Buigend zoeken we het in ons op. Het gehijg,
het zeuren, het gelamenteer van een lichaam
dat meer wil dan het verdragen kan.
Loorberg, here I come. O mijn glooiende tijd!
O mijn leven als vazal die naar boven klimt
omdat er nu eenmaal Vals Plat en heuvels zijn.

Voor wie van steilte droomt is dit een begin.
Daar het Kersenpad! Daar de haarspeldbocht!
Teloor of niet teloor, melkzuur richting hemel,
dra komen we boven en worden weer een mens
die in de taal van het landschap zingt. Dra wacht
ons uit de oude wereld weer de mooiste wijn.


Paul Rigolle

Wijndomein De Planck

Vergeet de sigarettenpakjesgrote panorama’s
van enghartigen. Weet dat in de atlas Duinkerke
noordelijker ligt, en Dunkerque in het echt ook,
dan hier. Dat de tijd langs nabije grenzen glijden
blijft, met zicht op Gulp en Voerstreek. Vergeet

dovemansoren en rijd vanuit de perspectieven
van het hart rond, met woorden die elders iets
anders betekenen kunnen. Helder? Dichters zijn
als renners dwaalgasten. Ze zwichten niet voor
die tijd, maar weten: Op de flanken bloeien ranken

waarnaar reeds liters rennerszweet verdampten.


Bert Bevers

Nabij de Apostelhoeve

Hoe hier beneden in 1992 de Tour de France passeerde.
De straffe wind van het peloton deed de druiven even
wankelen, blozen, duizelen, daarna dansen aan hun stokken.

Auxerrois, Riesling en Thurgau namen het op tegen
het geweld van Indurain, Delion en Lino. Zag je zonder
één amientje Breukink demarreren? De wijnhoeve
en de roes van zomerlicht, alles paste volmaakt ineen:

het voorbijtrekken van de jakkerende renners, bezweet
maar in droomversnelling, de steeds hoger klimmende
wolken boven zachtgele muren van mergel, het springerige
riviertje dat zich ongekend snel voortspoedde, de alles

overspoelende vreugde wat later bij de eindstreep.
Ontkurk alvast een Cuvé XII Brut en les je nieuwsgierigheid.


Frans Budé

Nabij Hoeve Nekum

Dichtbij een bron, wat verder weg een chateau,
vals plat, je ademt in, je ademt uit, spaken glinsteren
in de zon. Schrander fietsend langs de klaterende Jeker,
uitkijkend over de velden, drink je uit je bidon.

Dit gaat goed, hoor ik je zeggen, in de verste verte
geen hongerklop, net nog niet op kop. Dan klets je weg:
je weet waarheen je crost, in volle vaart op Hoeve Nekum af
waar op de steile Louwberg wijnstokken staan te pronken.

Weet dat de Zonnekoning hier pauzeerde bij de inname
van Maastricht. De koele wijnkelder bewaarde de bruidsschat van
het Nederlands koningspaar: zestig flessen sprankelende Riesling,
bewaakt door nachtvlinders in het diepste donker van de hoeve.

Laat de banden van je fiets zoemen – en zingen over bloemige geuren.


Frans Budé

Velovino op Buitengoed Slavante

Klimmen we de steilte van Slavante op.
De wijngaard is klein, de terugweg diep.
Er wordt uitgeschonken in de mergelgrot.
De koelte is van citrus en muskaat.

Demarreer straks maar maat. Laveer eerst
eens tussen Müller Thurgau, en van
Auxerois de nieuwe stokken, die net als
wij nog niet zijn kromgetrokken.


Emma Crebolder

Met Adamo op de Ventoux

dan was je aangekomen
sneller dan verhoopt
en zo dook Adamo
op in je hoofd:

‘j’avais oublié que les roses
sont rose,
j’avais oublié que les bleuettes
sont bleu…’

een Fransman had je meegenomen
op sleeptouw in zijn wiel
en plots was hij verdwenen, ce castard:
verdwenen bij Chalet Reynard

een zalig windje heeft je voortgestuwd,
de radar wenkte, zoog je nader
zoals een spuit een serum opneemt

dan de muur, dan de streep
en stralende gezichten:
jonge jongens in de veertig,
een paar meiden apetrots

ach, samen zijn we puber gebleven
en bootsen voorbije idolen na,
een huppelrefrein is opgestegen,
Adamo staat bij je bijna:

‘j’avias oublié que les roses
sont rose,
j’avais oublié que les bleuettes
sont bleu…’

geen meisjeszoen kon je zo onthalen,
zo vrolijk en onnozel,
het deuntje bleef zich herhalen
terwijl je voor een ravijn verpoosde


Staf de Wilde

Een overgangsetappe

                                                  voor Wilco

Een etappe om je eigen gang te gaan
kans maken dat je met zessen wegkomt er zijn
er zat die daarvan dromen maar doe het maar
eens met het pak van 180 man strak in je nek

met elkaar wat heuvels over niet meteen
een toeristische trip al hoor je de klokken luiden
van een kathedraal een plaatje voor het oog
maar jij ziet al de rode vod voelt daar de eerste

van het peloton met een hand op je rug dat je steil
voor de bijl gaat in de laatste minuut het gevoel van
snappen dat je net niet haalt klim je je helemaal leeg
trekt een ander in de sprint vol over je heen

ook hij rijdt in het rood maar heft juichend de armen
gaat het over voor jou in het zicht van de streep


Frans Terken

De Ronde van Frankrijk 2015 in 23 snelsonetten

1-Utrecht - tijdrit
Le Grand Départ, eenieder is gelijk
Maar is gelijkheid wel wat sporters willen?
Dus na de eindstreep zijn er weer verschillen
Verdriet, berusting, vreugde, huldeblijk
Al gaat het slechts om luttele seconden
De kaste van de knechten likt zijn wonden'

2-Utrecht - Neeltje Jans
Vandaag in volle vaart naar Neeltje Jans
Het noodweer zorgt voor spanning en ontbering
De westenwind belaagt de Scheldekering
Een chaos dreigt, een Duitser grijpt zijn kans
In Zeeland is op zondag veel taboe
De Heer knijpt voor de miss een oogje toe

3-Antwerpen - Muur van Hoei
De muur van Hoei, een ferme Waalse puist
Ligt aan het eind als scherprechter te wachten
Geen Alpenreus, geen slapeloze nachten
Maar wel gevreesd en menigmaal verguisd
Kapellekes langszij, de kerk wacht boven
Je stijgt door diep te gaan en te geloven

4-Seraing - Cambrai
Seraing - Cambrai, vandaag de langste rit
Met bovendien die duivelse kasseien
Waarop de angst en wanhoop goed gedijen
Wie niet wil lijden, delft het onderspit
Karakter is vereist naast stevigheid
De winnaar is van Duitse kwaliteit

5-Arras - Amiens
In Atrecht (nu Arras) begon de reis
Het doel, Amiens (met forse kathedraal)
Een vlak parcours, voor sprinters ideaal
Een massasprint, dus Greipel greep de prijs
Een doodse streek vol stille erevelden
Hier sneuvelden niet enkel wielerhelden

6-Abbeville - Le Havre
Le Havre daagt, de weg gaat langs de kust
Normandië, berucht door westenwinden
Een kleurrijk lint volstrekt gelijkgezinden
Geeft lijf en leden nog een dagje rust
Geen koersdag om het uiterste te vergen
Voor D-Day moet men wachten tot de bergen

7-Livarot - Fougères
Van Livarot, vermaard door schimmelkaas
Op vlakke kronkelwegen naar Bretagne
Vergeten is het leed van l’ Allemagne
Wie krijgt het geel, wie wordt de nieuwe baas?
De man uit Eritrea houdt de bollen
En Cavendish laat niet meer met zich sollen

8-Rennes - Mûr-de-Bretagne
Bretagne brengt vandaag een heuse muur
Die aan het eind vermoeide lijven sloopt
Verstand op nul, de mouwen opgestroopt
Mon Dieu! … een schietgebed, de spieren zuur
Ik zie een peloton naar adem happen
Een Fransman, Vuillermoz, weet te ontsnappen

9-Vannes - Plumelec
De ploegentijdrit leidt naar Plumelec
Ze stampen op pedalen, spieren branden
De ossenkoppen stevig in de handen
Op weg naar overwinning of echec
Secondenjacht met spanning en spektakel
Wie is de motor, wie de zwakste schakel

Rustdag 1
Een rustdag, doch de dichter ploetert voort
Voor hem geen vrije tijd en staakt-het-rijden
Zijn leven is een hartverscheurend lijden
Van trieste jeugd tot aan de hellepoort
Behoed mij voor het leed der bezemwagen
Wat pillen graag, mijn klok heeft twaalf geslagen

10-Tarbes - La Pierre Saint-Martin
Ach, vrijheid en gelijkheid, broederschap
Wat zijn het toch een prachtige begrippen
Eenieder zou vandaag een Fransman tippen
Helaas, de Franse feestdag bracht een klap
Geen jour de gloire, dus ook geen Marseillaise
De winnaar heette Froome, bonjour tristesse

11-Pau - Cauterets
De start in Pau, de meet in Cauterets
De adelaar is koning van het zwerk
Dit is voorwaar geen rondje om de kerk
Met Col d’ Aspin en Col du Tourmalet
Beslist geen rit om renners te plezieren
Op kale rotsen wachten vale gieren

12-Lannemezan - Plateau de Beille
Dit is een rit van klimmen en van dalen
Plateau de Beille staat bekend als beest
Door knecht en kopman openlijk gevreesd
Het ‘AFZIEN’ wordt gespeld in kapitalen
Pedalendans in hagel en in regen
De beste stijger is de top ontstegen

13-Muret - Rodez
De helse Pyreneeën zijn passé
Aimabel zijn de heuvels tot Rodez
Nog ver van Croix de Fer en Alpe d’ Huez
Al zweeft het zwaard van Damocles wel mee
De zon slaat zonder mededogen toe
Parijs is nog zo ver en ik ben moe

14-Rodez - Mende
In Mende wacht opnieuw een heuse muur
Een duivelse, haast niet te nemen horde
Sagan kan ook vandaag weer tweede worden
De knechten dragen water, wie brengt vuur?
Ach Jumbo, maak dit wielervolk eens blij
En word niet steeds de vierde in de rij

15-Mende - Valence
We starten hoog, dan gaat de weg omlaag
Een glijvlucht langs de Rhône naar Valence
Een kleurrijk lint is heerlijk ‘en vacance’
Voor Greipel weer een peulenschil vandaag
De loomheid valt eenvoudig te verklaren
De Alpen dagen, nog wat krachten sparen

16-Bourg de Péage - Gap
Het landschap golft, de benen malen traag
Zo’n rit van ‘frère Jacques dormez vous?’
Het peloton lijkt liever lui dan moe
De rustdag is niet morgen, maar vandaag
De spanning valt wat tegen al met al
Soms krabt er iemand aan zijn derde bal

Tweede rustdag
Surplace in Gap, de renners krijgen rust
Soigneurs verwennen doodvermoeide lijven
En wat doe ik? Alwéér een rijmpje schrijven
Al luierend toch ietwat schuldbewust
Een letterknecht fietst met een pennenstreek
Zo lijdt hij zeven dagen in de week

17-Digne-les-Bains - Praloup
Is deze Tour opnieuw een Tour Dopage?
Geruchten doen al dagenlang de ronde
Maakt Froome zich schuldig aan ‘de grote zonde’?
Wat jammer. Fransen zeggen ‘Quel dommage’
Er werd ook nog gefietst, een Alpenrit
Een degelijke Duitser toonde pit

18-Gap - Saint-Jean-de-Maurienne
Het is weer tobben in het peloton
De doodsstrijd woedt op wrede Alpentoppen
De slaven van de weg, verbeten koppen
Bekampen hitte, pijn en de Glandon
De toppers kunnen traag naar boven komen
Veel knechten hebben slinks de bus genomen

19-Saint-Jean-de-Maurienne
Een prachtparcours met hemelhoge bergen
Het kruis van roestend ijzer houdt de wacht
Een roedel achtervolgers gaat op jacht
Om Froome en paladijnen nog te tergen
De man in ‘t geel houdt onverminderd stand
De Lichtstad naakt, totaal niets aan de hand

20-Modane - Alpe d’ Huez
Wie triomfeert er op de Alpe d’ Huez
De besten gingen deze winnaar voor
Zij volgden onbevreesd een roemrijk spoor
De winst staat juichend op hun palmares
Pinot kreeg vleugels op de Alpenreus
Het was weer om te smullen … fabuleus!

21-Sèvres - Parijs
‘Parijs is wel een mis waard’, inderdaad
De eindstreep is gehaald, dus vouw de handen
Een peloton volledig opgebranden
Kust opgelucht de klinkers van de straat
Mijn kanker stond me toe om mee te leven
Hij hield zijn benen stil ... hij wacht nog even


Daan de Ligt

Wielertranen drogen niet

Ode aan ‘Purito’ 

Als de regenboog van onsterfelijkheid
zich binnen handbereik aan hem toont
en langzaam voor zijn ogen oplost,  
huilt de kleine renner verslagen
de voor de winnaar bestemde tranen
in het Grote Boek der Wielernostalgie.

Maar de laatste bladzijden van het jaar
zijn nog niet beschreven en dus beieren
de klokken van Madonna del Ghisallo
nog een keer in de herfst van Lombardije
waar onder lage wolken het meer van
Como baadt en de muur van Sormano
de renners welkom heet in de finale van het
feest van roem en slavernij, van wraak
om de gemiste regenboog.

Dan huilt de kleine renner – de handen hoog –
alsnog zijn glans en glorie in het Grote Boek
der Wielernostalgie.

Nee, wielertranen drogen niet.


Harmen Malderik

Black Polka Dot

Koning van de Erosie –
mijn wallen worden erfgoed
Mijn zinnen zijn verbonden
met een piepend krijtje
aan het zwarte continent
soos kryt hom skrijf in steenkoolmijn
in de naam van Louis Meintjes

Een berg staat ingemaakt
met het licht van kweeperen
in grootmoeders kelder
in een tijd waarin wielrenners
nog namen hadden
als Huysmans, Wagtmans, Sorgeloos
De berg is een sterk vermoeden
begroet de nieuwe helden
Daniel Teklehaimanot, Merhani Kudus

Zelf heb ik niet langer een fiets
Eindelijk bevrijd
van botten, remblokjes, sleutelbeen
overweeg ik een donatie aan het project
van MTN Koo-beh-ka
(5000 gele fietsjes maken te gekke rondjes)

De bergkoning recht zijn rug
soos 'n bolletjestrui, die berg is suiwer toegewing


Norbert De Beule

Cauberg

Niet op de Mont Ventoux,
de Galibier, de Aubisque
of de Tourmalet,

niet op de Mortirolo,
de Stelvio, de Gavia
of de Angliru,

niet op de Kapelmuur,
de Muro di Sormano,
of de Mur de Huy,

niet op de Poggio,
de Jaizkibel
of de Redoute

maar hier passeerde
de Vuelta, hier
resideerde de Tour

hier ligt de finish van
een klassieker

hier werd gestreden
om de regenboogtrui
tot vijf maal toe:

op de Eddy Merckx
van alle heuvels
& bergen

trap ik me altijd
blijmoedig moe


Miel Vanstreels

Wat nou "vlinder"

                                   voor Tom Dumoulin

't Is fucking 26 jaar geleden
dat wij in het geel hebben gereden.
Qua geel staan we inmiddels rood
en dat is klote, Tom. Neet good.

Vlak daarna ben jij geboren.
Als het ware uitverkoren
voor deze rit, het stelt niks voor.
De eerste etappe van de tour:
gewoon een rondje rond de toren.
Je rijdt alleen. Er is geen ander.
Jij bent je sterkste tegenstander.

Tom. Gewoon keihard beginnen.
De benen wieken rond en rond.
Oerkracht uit je Limburgse grond.
Draaien de wieken sneller en sneller,
dan worden wieken tot propellers,
verslaan de kilometerteller.
In een kwartiertje ben je binnen.

De bijnaam die men jou toedicht
dat is: "De Vlinder van Maastricht."
Maar Tom, nee Tom, zo zie ik dich neet.
Die naam is ook voor 't buitenland.
The butterfly-fly of Maastricht...
het klinkt mij veel en veel te licht.
Vlinders, verwaaide bloemenkelken
die in wind en regen snel verwelken.

Maar jij ben een aerodynamisch dier.
Du moulin. Een zoon van wind.
Zoals jouw ruggengraat is gebogen,
het hoofd de diepte in, naar voren,
de donkere, diepgelegen ogen
de armen parallel naar voren
gestrekt als klauwen op de prooi.
Zo val jij voorwaarts als een kogel.
Als jij een dier bent - dan een vogel.
Ik noem jou de Valk van Maastricht.

Een sneller dier? Ik weet niet welke.
In 't Engels noem ik jou: Dutch Falcon.
Geboren de elfde van de elfde.
Als jij straks wint, blijft niets hetzelfde,
dan vieren wij hier carnaval.
Dus duik naar de meet in vrije val.
Vlieg van het bronsgroen eikenhout
voor Nederland naar geel en goud.


Alexis de Roode

Baantraining

Trappers die doortrappen
Stuur zonder remkabels
Huisdichter tolt in het
Rond op het hout

Hoog in de bocht en al
Centrifugerende
Denkt ie misschien ben
Ik hiervoor te oud


Rob Goris

Het klierkoortspeloton lijkt gepasseerd. 
De hemel opgeklaard. Vive le vélo. 
Springend over de boarding als een jong dier, 
strak het tricot, terug het plezier, terug op de baan, 
hongerig als vanouds en weer ongedeerd. 

Gevrijwaard van pijn en ongemak staat hij 
over een dag of wat aan de start te Roeselare. 
Niets kan hem deren, zeker nu Katrien hem 
aan Karl's tourtafel zal flankeren. Zelfs 
als bliksem schicht en donder slaat. 

De nacht is zacht. Vanuit de marge van de baan 
grijpt een bacil, verlaat en onaangedaan, 
hem bij de keel en breekt zijn hart. 
De ochtendzon bekent kleur boven Honfleur. 
Liefde wint van overmacht.